Hans Ree – Mijn schaken

Hoewel mijn schaakvaardigheden op z’n best rudimentair te noemen zijn, en ik al jarenlang geen partij gespeeld heb omdat mijn attentiespanne en besluiteloosheid een fatsoenlijk resultaat onmogelijk maken, is het wel een onderwerp waar ik graag over lees. Schaken is een sport die zo omringd is met verhalen en al dan niet apocriefe anekdotes dat voor mij de daadwerkelijke strijd op het bord bijzaak is. De enige sport die ook in staat is om méér dan alleen sport te zijn is wielrennen, waarschijnlijk omdat het beide individuele, langdurige, eenzame sporten zijn.  Het zou dus redelijk zijn om Tim Krabbé op deze plek te verafgoden, laat ik mild zijn en stellen dat iedere wieler- of literatuurliefhebber De Renner minstens éénmaal gelezen zou moeten hebben.  Maar daar hebben we het vandaag niet over, want zolang de Omloop het Volk Nieuwsblad nog niet gereden is, is het wielerseizoen nog niet geopend, wat ze in Qatar of Oman ook mogen beweren.

Schaken dus. Enige weken geleden kocht ik Mijn Schaken van Hans Ree. In ruim 40 hoofdstukjes worden grote en minder grote namen uit de schaakwereld geschetst, en ook wat begrippen die onvermijdelijk verbonden zijn met deze wereld als Alcohol en Schaakcafés. Doordat deze onderwerpen vaak ook weer terloops terugkomen in andere stukjes krijg je langzaam de illusie dat je een enigszins representatief en coherent beeld van de schaakwereld hebt. Alles leest lekker weg, en er wordt nauwelijks met stellingen geïmponeerd. Voor wie van schaatsanekdotes houdt is Mijn Schaken een aanrader. In het begin was ik enigszins verrast door de prominente rol die Hans Ree zelf inneemt in alle verhalen, maar aangezien dat in de titel al duidelijk aangegeven werd, valt dit alleen mezelf aan te rekenen. Door de wisselende lengte van de hoofdstukken is het een ideaal boek voor wachtruimten, trams, nachtkastjes en eventueel zelfs lunchpauzes. Maar goed, een quote zegt meer dan 30 samenvattingen:

In de eerste negen partijen kwam Kortchnoi vier punten voor. Daarna ging Spassky zich vreemd gedragen. Hij zat tijdens de partijen niet meer achter zijn bord, maar bleef in zijn rustkamertje achter de coulissen van het toneel. Vandaar keek hij naar het demonstratiebord waarop de toeschouwers in de zaal de partij konden volgen. Af en toe ging hij naar het bord om zijn zet te doen en dan trok hij zich weer terug.
Kortchnoi klaagde dat hij zich voelde als een deelnemer aan een simultaan, waarin de meester af en toe aan het bord komt en dan weer wegloopt. Hij maakte een paar akelige blunders en Spassky won vier partijen achter elkaar.
Toen ging Kortchnoi hem imiteren door zelf ook in zijn rustkamertje te blijven. Spassky liet de waanzin escaleren door eerst met een zonneklep op zijn zetten te doen en later zelfs met een duikersbril.
De toeschouwers zagen een leeg toneel waar af en toe de spelers als afwisselende weermannetjes opkwamen en weer afgingen, een van hen met een duikersbril op zijn hoofd. Zo zag een kandidatenmatch om het wereldkampioenschap er in 1977 uit. Kortchnoi won de match met 10 1/2 – 7 1/2.

Hans Ree – Mijn schaken – Atlas, € 22,90. Tot het wielerseizoen écht begint uitstekend leesmateriaal.

Advertenties

Over grogmuller

Horst Grogmuller is het onverschrokken internetpseudoniem van een nogal middelmatige Amsterdammer die wanhopig probeert nog wat te maken van zijn voortmodderende leven. Door deze uitlaatklep is zijn behoefte om zich te onttrekken aan de samenleving geslonken tot hanteerbare proporties.
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s